Sommigen weten het misschien al, anderen lezen het nu. Maar deze jongen heeft in oktober vorig jaar (2006) een business tripje mogen maken naar Australië (Brisbane). Ik heb veel te lang gewacht, maar nu begint het er toch eindelijk van te komen om mijn verslagje te posten. Hierbij de eerste dag:
De reis heen is wat lastig, maar het loont de moeite. In London waren ze zo paranoid of ze groot waren, zelfs geen tubeke tandpasta geraakt door de security. Iets teveel naar James Bond gekeken denk ik. En lachen met die gasten helpt ook al niet want dan keren ze gans je laptop bag om. De losers. Precies America daar in Terminal 4 van Heathrow. Maar de volgende hub maakt alles goed. Singapore. Hot, damn hot. Pal op de evenaar en wet as hell. Gezonde lucht is het niet, maar het uitzicht maakt veel goed. Jaja, inderdaad, ik heb het over de cactustuin in de luchthaven (en ook een beetje de Aziatische vrouwen natuurlijk, hehe). Van de efficientie van de Singaporianen kunnen ze hier in Europa nog wat leren. Elke gate heeft 2 security machientjes, 5 minuten en kwas er door (ter vergelijking in London 1u10min). Volgende halte: Sydney. Luchthavens genoeg gezien op deze trip. Het valt me meteen op hoe behulpzaam en vriendelijk de Australiërs zijn. Losse mensen, iedereen is uwen beste mate. Zelfs de security zit hier naar de football te kijken en aan de gate voor de vlucht naar Brisbane klinkt er dan ook vrolijk applaus en gejuich als Brisbane een goal maakt. De piloot was waarschijnlijk ook een Brisbaner, want hij kon het niet laten om te vernoemen dat Brisbane gewonnen had tegen Sydney
Een dik uurtje later stap ik van mijn laatste vlucht. Brisbane here I come. Even wachten op mijn valies die zoals gewoonlijk tijdens de vlucht opgeschoven was naar het verste uithoekje van het vliegtuig. Ongeloofelijk hoe de mijne er altijd het laatst uitkomt. Ik heb maar een busticket gekocht kwestie van de Volvo-kosten wat te drukken en binnen de 20 minuten was ik onderweg naar the CBD (central business district) waar mijn hotel lag. De eerste indruk was raar. Definitely amerikaans ogende stad, maar zonder de Europese invloeden te vergeten. Ook de buschaffeur bleek me te kennen, want toen hij me afzette aan het hotel riep hij vrolijk “Catch ya later mate”.
to be continued…