Tijd voor een cursiefje, of een kort verhaaltje, of een flard uit mijn jeugd. Another Gordon Sweep, ‘t was lang geleden…
Vroeger, toen ik klein was, gingen we elk jaar op reis naar Schotland. We logeerden daar bij een tante van mijn pa, tante Clara heette ze. Talloze zomers heb ik er doorgebracht, telkens een paar weken, in een klein dorp aan de rand van Loch Earn. Nu blijft er van het oude Lochearnhead, want zo heette het dorp, niet veel meer over, enkel wat vage herinneringen aan de tijd toen de tijd er nog stilstond. Het huis van tante Clara staat er nog, de grote tuin waarvan ik nooit goed heb geweten tot waar hij nu juist kwam, is jammer genoeg opgesplitst en verkocht. Het was in die tuin dat ik als kleine jongen uren heb rondgedoold, springend over grachten, kruipend en liggend in het gras, kijkend naar de natuur met op de achtergrond het gezoem van de Flymo grasmachine waarmee nonkel Jimmy op bijzonder ingenieuze manier het gras op de schuine kant voor het huis wegmaaide.
“1902″ stond er in sierlijke letters boven de voordeur gehouwen, het jaar toen dit huis met metersdikke muren werd gebouwd. De AGA in de keuken ging nooit uit want tante Clara, die vroeger nog een hotel in Brussel had gerund, stond bijna altijd in de keuken en toen het eten klaar was, schreeuwde ze in haar onvervalste Cocktail-language “Allez, come on, we goan essen” door de tuin. Enkel tante Clara slaagde er in om 4 talen in één zin te gebruiken, een overblijfsel van de bezetting in Brussel. Ik hoorde de schreeuw meestal maar half, want ofwel was ik honderd meter verder aan het spelen, ofwel zat ik achter het stuur van een oude bestelwagen die ergens troosteloos in een hoekje van de oprit stond, gedegradeerd tot houtopslagplaats, met platte banden en afbladerende verf, één ruitje van de achterdeuren gebarsten. In roestende letters stond er “BEDFORD” op The Van, want zo werd dit stuk oud ijzer door de hele familie genoemd.
De geur in The Van was die van verstorven rubber, gebarsten bakkeliet en door de zon verschenen oud leder. Trots ging ik toen op de bestofte voorbank zitten die jarenlang was verwaarloosd en genegeerd, om brommende en kuchende geluiden na te bootsen van een startende en optrekkende auto. De geuren van de degenererende auto moet ik toen in mijn onderbewustzijn hebben opgenomen om ze me jaren later, op de dag van vandaag, te herinneren toen ik dit weekend met mijn zoontje in een oude Volvo-brandweerwagen stapte. Een wazig beeld van een jongen van een jaar of zeven, die door het grote stuurwiel van de Bedford naar buiten tuurde, flitste voor mijn ogen en even was ik zelf terug zeven jaar. De beelden bij de belevenissen van toen waren al lang verdrongen door de te snelle levenswijze van vandaag, maar door de geur van het oude leder en het verstorven rubber leek het alsof er een flash-back werd getriggered. Voor mijn ogen speelde er zich een kort, vergeeld stukje film af die 25 jaar geleden was opgenomen, van een jongentje die op reis was met zijn ouders bij een tante in Schotland. Hij ging er graag, ieder jaar opnieuw uitkijkend naar de volgende vakantie, en naar The Van.
En daar zat ik, ondertussen zelf vader van twee, met mijn zoontje op schoot, achter het stuur van de oude vrachtwagen, net dapper genoeg om een traan te onderdrukken en terug te keren naar het heden…








