Oostakker, vrijdagavond – Ter gelegenheid van een afscheid van een collega, waren we afgezakt naar Oostakker dorp voor een drink. Van zodra ik café “De Spiegel” binnenstapte, voelde ik me al gepakt door de volkse sfeer die er hing. Er zaten wat regulars aan de toog, niets speciaals, en wat volk van niet al te hoog alooi in een hoek wat lol te tappen. Veel mensen waren er toen nog niet, maar toen we er een paar uur zaten was, zonder dat we dat hadden gemerkt, het hele café omgetoverd tot een heuse Oostakkerse uitgangs-place-to-be. Zatte venten die sinds de middag pinten hadden zitten pakken en die even later onder begeleiding van hun vrouw en een al even zatte maat naar buiten zouden worden geleid, serieuse schutters die er naar de “schietinge” kwamen, jonge gasten en meiskes die na hun zware werkweek even wouden uitblazen onder vrienden, en dus deze week uitzonderlijk ook een nest collega’s die afscheid gingen nemen van een andere collega, allemaal waren ze er samengestroomd om samen de sfeer te gaan opsnuiven in dit volkse café. Of, bij nader inzien, was het net dat allegaartje dat hier de sfeer bepaalde.
Er was zelfs een soort DJ binnengewaggeld die, zelf niet al te nuchter, een paar nummers van zijn 10 CDs aaneen speelde, zich niet eens de moeite nemend om in en uit te faden, de stop/play toets was voldoende en de schuivers dienden alleen om af en toe de boxen (en de trommelvliezen van de cafégangers) tot het uiterste te drijven. Intussen schreeuwde hij af en toe een onverstaanbare naam van een schutters-club door de micro. Als bij wonder verstonden de schutters telkens weer de naam van hun eigen ploeg, al was er nochtans heel erg op gelet dat ze dat niet zouden kunnen. Hun bogen waren echte pareltjes van hedendaagse boog-techniek, compleet met katrollensysteem, tegengewichten en laser-vizier. Niet zoals de simpele “13kg” van mijn peetje, waarmee hij in zijn tijd telkens weer in een of andere duistere café de vogelkes ging afschieten op de liggende wip. Neen, deze bogen waren echte wapens, klaar voor harde strijd en zo namen de schutters hun kamp ook op. Met serieuse blikken rechtten ze zich om exact 2 minuten en enkele pijlen later terug neer te ploffen in de banken aan de rand van het café, ver weg van de verdorven jeugd die aan de andere kant aan het tonen was dat op café gaan nooit kan zonder poepeloere zat naar huis te strompelen. Zelfs tafels en stoelen moesten geloven aan het gewicht van enkele durvers die zich op de bassen van de bijzonder onkundige DJ met plastron lieten gaan alsof het de laatste keer was dat ze zich zouden amuseren.
En wij, simpele nerds van IT, zagen de boel af en deden ons tegoed aan een flinke dosis foute muziek, die ondanks de prutsende DJ, nog lang zo slecht niet klonk tussen al die andere foute taferelen. De cafébazin leek de enige te zijn die onbewogen bleef van al dat onnozel gedoe. Zij zag dit waarschijnlijk alle weken, maar voor ons was het een belevenis. Toen ik naar huis reed, voede ik me blij om even deel te hebben uitgemaakt van (een bepaald segment van) de Oostakkerse bevolking. Want, het moet gezegd worden, niet één keer heb ik de indruk gekregen dat we als vreemde eenden werden bekeken. In “De Spiegel” is iedereen welkom!