Haar roots heeft ze alvast mee, deze Braziliaanse. Als dochter van João Gilberto en Miúcha, twee van de grote artiesten in Brazilië, en met invloed van nonkel Chico Buarque, zal de muziek er wel met de paplepel ingelepeld zijn. Ik had deze zangeres reeds enkele jaren geleden ontdekt, alweer onder goede invloed van mijn papa (waarvoor dank) die me de Braziliaanse bossa nova en samba van “De Groten van de jaren 60″ leerde kennen: Antonio Carlos Gobim, Sergio Mendes, João en Astrud Gilberto, enz… Al gauw ontwikkelde ik een lichte voorkeur voor de iets modernere soort, die tegenwoordig MPB (Música Popular Brasileira) wordt genoemd: Suba, Zuco 103, Celso Fonséca, BossaCucaNova en dus ook deze Bebel. Al moet ik zeggen, dikwijls teert de nieuwe generatie nog op het succes van hun voorouders, met nieuwere versie van dezelfde nummers.
Ik had me B.G. altijd voorgesteld als een stil meisken, de verwondering was dan ook vrij groot dat er een vrouw van in de 40 op het podium verscheen die ofwel redelijk geschift ofwel licht beschonken was, maar vermoedelijk een beetje allebei. Het woord “zweefteef” zegt sommigen onder jullie misschien wel iets, de anderen kunnen er zich wel iets bij voorstellen. De muziek was super, de muzikanten in maatpak en das konden wel een mooi nootje neerzetten. “Jackie Chan” op de gitaar, en dan nog drie andere op keyboards, drums en blaasinstrumenten. In het begin bleef het publiek vrij kalm, ook nadat Bebel ons had gezegd dat we haar niet al te serieus moesten nemen. Het was een zittend concert, misschien had dat er wel mee te maken.
Het grootste deel van de nummers was van haar laatste CD, wat begrijpelijk is, maar ook grote successen uit haar vorige LP’s kwamen aan bod. Eén nummer had ik graag gehoord, maar bleef jammer genoeg achterwege, zelfs niet na de twee re-appearances onder druk van het publiek die intussen wat enthousiaster geworden was. Ik zal Tanto Tempo dus nog eens op de pick-up moeten opleggen
Eindconclusie: ‘t was goed.