Het 36ste filmfestival van Gent is intussen van start gegaan. Met enige fierheid mogen we zeggen dat dit een van de grotere filmfestivals is. Niet bepaald Cannes of Berlijn, maar eens per jaar staat Gent toch ook op de film-kaart. We hebben zelfs een award dat wél wereldberoemd en de grootste is, de prijs voor de filmmuziek: de World Soundtrack Awards.
Gisteren ging ik dus voor de eerste keer dit jaar: Dongbei, Dongbei. Een prent over een meisje (Xue) in Noord-China (vandaar de Engelse titel: A Northern Chinese Girl). Het was de debuutfilm van de (eerder amateur and self-made) regisseur Zou Peng, die trouwens aanwezig was in de zaal. Onze trouwe filmkenner Roel Van Bambost probeerde hem te interviewen met behulp van een tolk en daaruit leerden we eigenlijk wel leuke achtergrondsinformatie.
Film-technisch was het een heel geslaagde film vond ik: een amateuristische indruk, heel gewaagde (maar ook geslaagde) tegenlichtopnames van een verkommerde en uitgeleefde stad in China. Uit het interview bleek dat het om een snel ontwikkelende streek ging (en tevens de geboortestreek van de regisseur), maar ik kreeg toch de indruk dat de mensen daar wat wezenloos door het leven gaan. Zoals in veel Chinese films slaagt Peng er ook hier in om een verhaaltje vast te leggen dat over het dagelijkse leven gaat, zonder dat er écht iets werldschokkends gebeurt. (Met uitzondering van de (op het eerste zicht) onrelevante stukjes cabaret die, gezien het hoog “foutgehalte”, wel voor enig geglimlach zorgden in de zaal). De gewone gemiddelde mensen, op doordeweekse dagen in een gewone (eerder saaie) stad, dat is Dongbei, Dongbei. Daartussen loopt een meisje dat wat op zoek is naar haar eigen leven en die (jammer genoeg) eerder een verkeerd spoor neemt, namelijk dat van personal call-girl (een groot woord) van een rijk ventje die denkt dat hij het voor het zeggen heeft over alles en iedereen.
Mooi, niet de beste film die ik ooit zag, maar wel mooi genoeg voor een 7/10.
Iedereen heeft er wel al over gehoord. 














