Een weekendje Tongeren

De grauwe, dicht bewolkte lucht maakte de sfeer in de godvergeten dorpjes op de lijn tussen Tongeren en Luik nog somberder. Het contrast met ons weekendje Tongeren dat net achter de rug was, kon niet groter zijn. Ik had Sophie kunnen overtuigen om met de trein te gaan, te meer omdat we toch niet van plan waren om ons buiten Tongeren te begeven. Persoonlijk vind ik de trein een heel ontspannende manier van reizen, altijd dat tikkeltje meer reizen dan met de auto. Op de terugweg is het beginnen gieten, wat ons weinig kon schelen, want het weer toen we van vrijdag tot en met zondag ter plaatse waren, was bijzonder zacht. Het zal toch nog waar zijn dat Limburg een beter klimaat heeft dan de rest van België.

Tongeren zelf is een charmant klein stadje, vol met vriendelijk mensen die duidelijk een paar versnellingen lager leven, zich kennelijk amper bewust van de manier van leven in een echte stad. Ons hotel, Eburon, was eigenlijk een omgebouwd oud klooster, ingericht in ongelooflijk minimalistische stijl, met aanpalend een hip restaurant waar we de vrijdagavond een heel lekker diner nuttigden. Zoals gezegd, bleven we dus binnen de muren van de stad, letterlijk dan, want de restanten van Romeinen en oude Belgen zijn alom tegenwoordig, dus ook de stadsmuren. Als leergierige kinderen waren we dan ook heel verrast van het Gallo-Romeins Museum, dat op een duidelijke manier de evolutie van de mens vanaf de Homo Sapiens tot aan de val van het Romeinse rijk in kaart brengt. Alles met een duidelijke focus op de lokale held, Ambiorix (vs. Caesar), natuurlijk. Het aanpalende MVSEVM KAFFEE was alles wat een typisch museum café niet is: een stijlvol restaurant met een aantrekkelijk geprijsde menukaart. Op een avond trokken we er heen en zagen dat het goed was. Een echte aanrader!

Verder genoten we van het lekker niets doen in enkele winkelstraten, op talloze terrasjes en tijdens wandelingen door de kleine straten. De zondagse antiekmarkt die zowat door heel de stad verspreid is, is beslist een aanrader voor wie van dergelijke voorwerpen houdt.

Ziehier enkele foto’s… ‘t was een ontspannende afsluiter van onze vakantie!

Shocking News

‘t Heeft gebrand in het rusthuis van meme. Kanunnik Triest in Melle. Dodentol: 9! Gelukkig bleven meme en tante Diane (een ander familielid) ongedeerd. Mijn vader was ter plaatse, een dergelijke ramp heeft hij nog nooit van zo dicht meegemaakt, zei hij. De meesten van de ongeveer 90 inwoners konden worden geëvacueerd, maar voor 9 (toch een hoog getal) werd de, naar verluidt, in brand gevlogen ventilator fataal. (De kranten spreken wel over een geïmplodeerde TV, later meer hierover).

Info ook hier: De Gentenaar

Family Ties

Dit was net als vroeger. Sophie was thuis gebleven bij de kinderen, ik was op schok met mijn ouders. Ontelbare keren en met alle mogelijke vervoersmiddelen heb ik als kind samen met mijn ouders de oversteek gemaakt over Het Kanaal. Ofwel om naar mijn vader’s tante in Schotland te rijden ofwel naar mijn moeders tante in Engeland. Meestal was het een combinatie van beiden. Dit keer had de overtocht een droevige bijklank, we zouden immers voor de allerlaatste keer bij tante Edith op bezoek gaan want morgen werd ze begraven. Luttele maanden nadat opa (haar broer) ons had verlaten, stond de familie dus weer bij elkaar om “de laatste van de 3″ op haar laatste reis te begeleiden.

Ergens was het wel spannend, aangezien ik 3 achterneven/nichten zou terug zien die ik maar heel zelden zie. Eigenaardig toch dat begrafenissen de enige gelegenheden zijn waar gans de familie samen is. En altijd zegt men dan: “We moeten eens samenkomen in betere omstandigheden“, maar nooit komt het ervan. Maar er is hoop. In september komt er nog een achterneef uit Canada misschien dat we dan eens 3 takjes van de miniscule familie Molema bij elkaar krijgen. Un vrai tour de force. Anyhow, hoe zelden ik mijn familie overseas ook zie of hoe lang het ook mag geleden zijn, het blijft familie en van zodra we samen zijn zetten we als het ware het gesprek van 16 jaar geleden gewoon verder.

Het werd uiteraard een blitzbezoek. Veruit de kortste keer dat ik me op het Engels grondgebied heb bevonden. Verrassend hoe thuis ik me daar telkens opnieuw voel. Dat komt waarschijnlijk wel omdat mijn paplepel vroeger doordrenkt was van de UK-manie van mijn ouders, waarvoor dank. Drive on the left hand side, de meest overroepen angst van elke Europese chauffeur was voor mij geen afschrikmiddel om even een stukje beruchte M25 (ring rond London) af te rijden om ons via The Office in Slough en de M4 naar Kate Winslet’s hometown te begeven.

Een stuk in de nacht reden we door het voor ons overbekende Calcot (Reading) waar een overdonderende stroom goede herinneringen aan tante Edith me overspoelde. Geen enkele keer heb ik dat mens kunnen betrappen op dan ook maar een vleugje ergernis tegenover mij als kind. Ze zag graag kinderen, zoveel was duidelijk, dat bleek ook uit de afscheidsspeech van haar zoon. Keer op keer slaagde ze erin om onze bezoeken op te fleuren met haar ietwat verstrooide manier van doen. Verstrooider en verstrooider ging ze de laatste tijd door het leven, zo erg zelfs dat ze het overlijden van haar broer nooit is te weten gekomen.

Tante Edith, de laatste jaren kwamen we misschien wat minder op bezoek, maar we zullen je toch heel erg missen. Bedankt voor alle mooie herinneringen. Vaarwel, doe de groeten aan opa!

Ada Lovelace Day

AdaLovelace Het is 24 maart, Ada Lovelace Day (op sommige blogs tenminste).

Dit vergt een klein woordjeuitleg (in het Engels): Ada Lovelace Day is an international day of blogging to draw attention to women excelling in technology. Women’s contributions often go unacknowledged, their innovations seldom mentioned, their faces rarely recognised. We want you to tell the world about these unsung heroines. Whatever she does, whether she is a sysadmin or a tech entrepreneur, a programmer or a designer, developing software or hardware, a tech journalist or a tech consultant, we want to celebrate her achievements. (bron: zie onderaan).

Dit is dus een verhaaltje over een vrouw die uitblinkt in een of andere technologie-tak. Wie kan ik daarvoor beter nemen dan mijn vrouw :-)

Vrouwen in de informatica, meer bepaald als programmeur, het blijft een raar fenomeen. Ze hebben dan misschien wel een groter analytisch vermogen, echte freaks zullen het nooit worden. Geef toe, echte nerdcore komt alleen bij mannen voor, zelden zie je vrouwelijke hackers, al wat naar technologie ruikt laat hen eerder koud, op die enkele uitzonderingen na zal je zelfs zelden een Miss Programmeur vinden. Dames, dit is absoluut geen negatieve kritiek, eerder een waarneming van mijn inmiddels middellange tijd in het vak. Ook de taal waarin ze programmeren, blijft voor vrouwen dikwijls onbelangrijk, iets wat men als man toch als een van de belangrijkste parameters beschouwt: geef toe, wie wil .NET programmeren zolang Java en COBOL bestaan?

Een van die grote uitzonderingen is mijn vrouw Sophie, top-programmeur :-) in een bekend Gents informaticabedrijf. Ze is actief in de programmatie van (boekhoud)systemen die over gans vlaams sprekend België worden gebruikt. Een obscuur taaltje, dat wat op C++ lijkt, maakt deel uit van haar tool-pakket, SQL kent geen geheimen voor haar en jaar op jaar heeft ze overflow op de beoordelingsschaal. Naast haar werk slaagt ze er in een gezin met twee kinderen (sommigen zeggen drie, als je mij meerekent) te runnen en nog tijd over te hebben voor ontspanning. Niet dat ze ‘s avonds uren achter de PC de nerd zit uit te hangen (dat is eerder mijn taak), en ook niet dat ze fier is om nerd te zijn en met een BlackBerry blog-posts doet vanuit een Boeing 747. Maar als ze een Miss Programmeur wedstrijd uitschrijven, wint ze zeker!

Enkele feiten over Ada Lovelace: Eigenlijk Ada Byron, de dochter van dichter Lord Byron (tweede naam: Gordon). Ze vertaalde ooit een tekst over Charles Babbage‘s (die ze trouwens goed kende) analytical engine, een van de de eerste computers zeg maar, en voegde daarbij enkele nota’s toe (die uiteindelijk langer bleken te zijn dan de tekst zelf). In sectie G van die nota’s zit een stukje code dat kan aanzien worden als het eerste computerprogramma. Later noemde men een programmeertaal naar haar: Ada.

Bron: http://steampunkworkshop.com/ada-lovelace-day…
Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Ada_lovelace

Charles Darwin 200 jaar!

darwin-theory-bible-monkey Vandaag, 200 jaar geleden, werd Charles Darwin geboren, wereldberoemd door zijn evolutietheorie (On the Origin of Species). En zeggen dat er nog steeds (veel) mensen zijn die de evolutieleer in vraag durven stellen en geloven in het alternatieve en bijzonder obscure scheppingsverhaal.

Als exacte wetenschapper :-) kan ik alleen maar zeggen: “Jullie zijn mis“. Het is wetenschappellijk onmogelijk aan te nemen dat alle levende wezens op zo korte tijd “uit het niets” ontstaan zijn. Voor velen is het misschien ondenkbaar dat we neefjes zijn van de apen, nochtans is dat bij sommigen héél duidelijk te zien.

Ik heb zijn boek liggen, maar ben er nog nooit in geslaagd om er in te beginnen lezen. Waarschijnlijk is het droge stof, maar bij wijze van symbool zal ik het in zijn bicentennial year 2009 eens beginnen lezen. Eens zien hoe ver ik geraak…

Happy Birthday Darwin!

The Last of the COBOL-coders

Geloof het of niet, maar ik behoor waarschijnlijk tot een uitstervend ras. Mijn jaar (1997) is immers bij de laatste die nog COBOL gehad hebben op school. (voor de niet IT-ers: een programmeertaal die uitgevonden is in 1959!) Nu inmiddels al bijna 50 jaar oud en volgens verschillende bronnen dé belangrijkste taal in de geschiedenis van de informatica. Men schat het aantal actieve lijnen code op 240 miljard (wat misschien een ietsje vertekend beeld geeft aangezien de COBOL programma’s nogal lang neigen te zijn) en jaarlijks komen er miljoenen bij.

Uit een artikeltje (zie link beneden):

Something like 90 percent of financial transactions are processed by Cobol code, and 75 percent of all business data processing is Cobol.

Een niet te onderschatten taaltje dus.

Er is echter een probleempje… De programmeurs die nog COBOL kunnen zijn aan het uitsterven, letterlijk. De IT-nerds van de jaren ’60 en ’70 zijn al lang met pensioen (of dood) en stilaan begint er een tekort te zijn aan COBOL-coders. De kans dat COBOL snel verdwijnt, zoals altijd werd voorspeld rond de eeuwwisseling, is bijzonder klein. COBOL mag dan wel (door zijn opbouw en interne werking, zo luidde) de grootste oorzaak geweest zijn van al de millenium-bug angst, achteraf is duidelijk gebleken dat alles een storm in een glas water was. Eigenlijk kan men stellen dat COBOL zijn programmeurs aan het overleven is. De code raakt gewoonweg niet weg, toch niet zomaar, dat is teveel werk. Werk waar bedrijven dikwijls geen budget voor hebben aangezien de code dikwijls heel oud is en dus goed getest, gedebugged en volwassen.

Intussen probeert men weer COBOL geven in de scholen, maar erg populair is de richting niet, sommigen noemen het onderwijzen ervan een zelfs misdaad die zou moeten bestraft worden. Een ding is zeker, ouderwets of niet, wegdenken kunnen we het voorlopig nog niet.

Stel je voor, het jaar is 2038, terwijl de Unix-nerds hun Y2K38 bug zitten op te lossen zitten enkele grijze COBOL-nerds wat code van 1997 aan te passen. “Tiens, moet je dat zien, ik heb dat programma nog zelf geschreven, wat een spaghetti code man”.

STOP RUN.

Bron: http://www.ddj.com/architect/210602491?pgno=1

So long and Thanks for all the Fish!

Neen neen, deze blogpost gaat niet over Douglas Adams’ boek, wel over het einde van de wereld. Als dit mijn laatste post blijkt te zijn, zullen jullie waarschijnlijk ook geen kans hebben om hem nog te lezen. Morgen is het er immers mee gedaan. KABOEM. Armageddon. Nee, even serieus nu…

Morgen 10 september 2008 gaat men, na 15 jaar ontwikkeling, eindelijk de Large Hadron Collider (LHC) in gang steken. Critici en tegenstanders hebben al een hele reeks doom-scenario’s bedacht, waaronder het einde van de wereld, een gate naar een andere tijd (zoals in Stargate SG-1), een zwart gat die ons zal opslorpen, enzovoort… CERN zelf is natuurlijk zeker dat er niets spectaculairs zal gebeuren, toch niet op grote schaal. Op hun site wordt alles op een wetenschappelijke manier ontkracht. Ze willen morgen enkel even de 8 miljard kostende, ijskoude (-271 °C) deeltjesversneller, met een omtrek van 27 kilometer, die zich meters onder de grond uitstrekt over het Zwitserse en Franse grondgebied, in gang steken om enkele protons tegen elkaar te kwakken met ongeziene snelheid. Zo hoopt men oa. een ontbrekend element waar te nemen, the “God particle” (Higgs boson) en wat missende links in de fysica in te vullen. Het einde van de wereld is dus nog niet nabij, misschien wel het einde zoals wij die kennen…

Trouwens, nog wat leuke weetjes. De plannen van de LHC staan online (gratis), dus als je er zelf eentje wil bouwen, kan dat. En ook nog: morgen is alles live te volgen. En mocht je soms denken dat er enkel computer-nerds bestaan, WRONG, er zijn ook Fysica-nerds!

Aanbevolen lectuur: Dan Brown – Angels and Demons
Short story: Arthur C. ClarkeThe 9 Billion Names
Geek stripje: LHC (via XKCD)

Volvo V50: 10.000km

Vandaag is het zover, onze “nieuwe” auto heeft al 10.000 kilometer! We hebben hem amper 33 weken, dus dat is eigenlijk niet zo goed voor ons persoonlijk Kyoto-protocol! Als we zo voort doen, rijden we straks 15.000km per jaar. Dat kan beter, dus zal ik wat meer met de fiets naar het werk proberen gaan. 33 weken/10.000km, dus tijd voor een korte evaluatie:

  • Algemeen rijplezier: 10/10. Bovendien nodigt een Volvo gewoon uit om kalm en gedisciplineerd te rijden. Dat is ook nodig, want met de huidige benzineprijzen zou het gek zijn sportief te rijden.
  • Verbruik: kan beter (of lager tenminste). Ik dacht dat Volvo minder verbruikte. Het begint nu zelfs een sport te worden om dat verbruiks-metertje zo laag mogelijk te houden, iets wat niet gemakkelijk is als je hoofdzakelijk in de stad rijdt. Onder de 10 liter houden lukt nog net, onder de 9.5 is bijna onhaalbaar. Eco-driving is de boodschap.
  • Comfort: bijna een verbetering van 100%. Voordien reden we met een Suzuki Vitara. Dat was heel leuk om mee te rijden, maar het comfort was soms ver te zoeken. Om een idee te geven, de centrale vergrendeling die we nu wel hebben, is al een reuze stap vooruit. Met de park-assist, elektrische ruiten, cruise control en ingebouwde GPS hebben we een stap of 5 overgeslagen.
  • V50 1.8F: de F staat voor FlexiFuel, wat ons toelaat E85 (ethanol) te tanken. In die 33 weken hebben we ongeveer 5 benzinetanks met ethanol verreden. Mocht het aan mij gelegen hebben, het zouden er veel meer geweest zijn, maar daar zit onze bijzonder trage Belgische staat voor iets tussen.
  • Conclusie: Deze wagen is compleet, heeft bijzonder goede prestaties, heeft een ruime laadruimte, past volledig aan aan onze wensen. Met andere woorden, we hebben een goede koop gedaan (behalve dan dat het een magneet blijkt te zijn voor steentjes in de ruit, 3 al!). Als nu de Belgische staat nog wat wil meewerken in verband met het milieu-vriendelijke aspect, is het plaatje compleet.

En voor de duidelijkheid: NEEN, om ethanol aan te maken, hoeven we het eten uit onze mond niet te sparen of het regenwoud neer te kappen. Bio-brandstof (en zeker ethanol) kan ook op een verstandige manier aangemaakt worden (uit bijvoorbeeld plantenresten en afval), zodat de voedselketen niet hoeft verstoord te worden, ze kunnen het wel in bijvoorbeeld Zweden. Aan de heren ministers met hun dikke milieuvervuilende wagens: “Stop met zagen over pietluttigheden, werk eens wat harder, zodat België niet telkens achterop hinkt!”.

Blitzbezoek Göteborg

Woensdagmorgen vertrokken, met de vlucht van 9 uur. Gisteren, donderdag terug met de late vlucht van 21.05 in Göteborg. Bwah… uren wachten in een verlaten luchthaven. Maar niet getreurd, we zijn toch nog eens in Zweden geweest. Fris maar redelijk mooi weer. Veel wind, waardoor de landing een beetje “father Jacko style” verliep (kenners van de Flying Doctors weten wat ik bedoel). De taxi’s waren telkens keurig op tijd, maar niet noodzakelijk groot genoeg. Ongeloofelijk hoe een gigantische XC90 veel te klein is vanbinnen. De achterste bank (en dan bedoel ik die ‘achter’ de achterbank) is eigenlijk zo goed als onbruikbaar voor mensen van groter dan 1 meter 25. Goed voor mensen met veel kinderen dus, kleine kinderen. De vergaderingen volgenden elkaar dicht op elkaar op. Informatie-overload, maar we (Maarten en ik) probeerden alles neer te schrijven in onze ‘boekskes’.

Het was leuk om nog eens wat oude gezichten weer te zien, goed om de contacten wat te onderhouden. De woensdag kwam ik nog iemand tegen in de taxi die ik voorheen slechts van naam kende. Wat gebabbeld over onze respectievelijke jobs, zo leer je nog wat bij. Nu noemen ze dat networking, vroeger noemden ze dat mensen kennen van een andere groep. Pas op, interessant is het wel, je weet nooit waar het later nog goed voor is.

Donderdagavond, na een lange dag van meetings en andere groepsactiviteiten zoals meetings en meetings, konden we eindelijk uitblazen. ‘k Was wat moe en dat liet zich merken in het aantal minuten dat ik wakker op de vlieger zat. Dat waren er niet zo veel, want voor ik het wist waren we al aan de descent to Brussels bezig waar het voor de verandering nog eens rainy and not very warm was. Geen nood, we konden met de taxi tot in hartje Gent gevoerd worden, waar ik omstreeks 00.15 in mijn bedje plofte. Na eens mijn hoofd binnen te hebben gestoken bij Andreas natuurlijk, die onbezorgd lag te dromen van zijn vriendinnetjes in de crèche. Papa was thuis, maar daarvan heeft hij niets gemerkt tot de morgen erna…

23:42

At last! My WordPress has been restored. This time hackers were able to inject code in about 20 files (mostly css and js) and add a .htaccess file to my account. Result: blog was unusable and ugly + they were able to run any php code they wanted by means of a malicious script. Grrrr.

Update (2008-01-24): Damned, Again!!! I read some stuff, updated some aswell (Hardening WP)